Het St. Joris Gilde
doet een boekje open
Deze
beschrijving* is bedoeld om outsiders een globaal idee te geven over wat
het Sint Joris Gilde nou eigenlijk voorstelt. Als je dat heel precies zou
willen weten, moet je er wel honderden pagina’s voor doorlezen. Over de tot ver
voor de middeleeuwen teruggaande historie, over al die tradities, rituelen, de
symbolische betekenis daarvan etc.
Dat
gaat nu te ver en dat zou je waarschijnlijk ook niet allemaal willen lezen. Wèl misschien waarom die mannen en dames in hun fraaie rood-zwarte pakken, met hun vaandels, trommen, bazuinen en
geweren van tijd tot tijd door Berlicum en Middelrode
trekken…
In
deze 21ste eeuw is het Sint Joris Gilde een levendige, sportieve en
vooral collegiale broederschap - zonder standsverschillen - die midden in de
dorpsgemeenschap staat. Het waarom en wat dat allemaal inhoudt, vind je hierna
in grote lijnen beschreven.
En
dat houdt tevens de uitnodiging in om eens nader kennis te maken met Sint
Joris. Gewoon op een woensdagavond komen kijken en sfeer opsnuiven. En anders
wel tijdens het schieten voor donateurs en vrienden met Balkum
Kermis.
Welkom
bij het gilde op de St. Jorishof !
* Samengesteld door gildebroeder Frans X.
van Miert
Copyright voorbehouden door de auteur.
Een gilde, wat is dat eigenlijk?
Een
vereniging zoals we die kennen van voetbal, tennis, postzegelverzamelaars of
winkeliers? In elk geval een club van mensen met een bepaalde interesse. Die
zich verbonden voelen omdat ze hetzelfde nastreven.
Dat
kan onder anderen beroepshalve zijn, zoals de ambachtsgilden die er in vroeger
eeuwen al bestonden voor bakkers, slagers, smeden en timmerlieden enz. Ze
waakten ondermeer over de kwaliteit van hun werk door het afnemen van examens
voor het gezellen-diploma of de meesterbrief.
Maar
een schuttersgilde, ook wel schutterij genoemd, heeft een héél andere,
historische en vooral sociale achtergrond. Daarvoor moeten we weer terug naar
de middeleeuwen. Kijken we in de ‘Dikke van Dale’ dan
zien we het doel en de taak duidelijk omschreven, namelijk:
“Een
plaatselijke militaire organisatie van gewapende burgers voor handhaving van
binnenlandse orde en bescherming van de medeburgers.”
Rembrandt’s beroemde Nachtwacht
bij voorbeeld – en dan zijn we al in de 17e eeuw - toont onder
andere twee van de destijds 28 Amsterdamse schuttersvendels. Of sprak men toen
van kloveniers? Een oud-Nederlands
begrip dat ook een Amsterdammer niet (meer) zal kunnen verklaren als je naar de
betekenis van de naam Kloveniersburgwal vraagt.
In
oorlogssituaties dus een soort reserve voor stads- en landsverdediging. Die in
1826 nog eens expliciet bij wet werd voorgeschreven om stad, dorp en kerk te
beschermen tegen aanvallen van roversbenden en huurlegers, tegen onlusten en
oproer. Kortom een weerbaarheidkorps. Vandaar ook de lijfspreuk:
“Voor
God, Vorst en Vaderland”
Die
functie van de schuttersgilden kwam te vervallen toen ons land een nationaal
leger kreeg. Met de Landweerwet in 1901 - nog maar ruim een eeuw geleden dus –
werden ze van hun beschermende taak ontheven.
Dat
verklaart waarom we schuttersgilden tot het cultureel erfgoed mogen rekenen.
Vandaag echter heeft het verdedigen tegen de vijand plaats gemaakt voor het
verdedigen van de gilde-eer.
In
de vorm van sport en spel, maar dan wel volgens deels eeuwenoude regels en
tradities. En met de attributen van weleer zoals geweren, kruisbogen, vendels, trommen en
bazuinen.
Bijna
vier eeuwen St. Jorisgilde
Veel
schuttersgilden raakten dus na 1901 letterlijk uitgeblust.
Thans
zijn er nog zo’n 350 gilden actief. Maar bij menig gilde is de geschiedenis
vaak langere tijd onderbroken geweest. Ze zijn op een gegeven moment
heropgericht, enerzijds om de folklore en het cultureel erfgoed in stand te
houden, anderzijds vanwege het sportieve spel in de onderlinge
competities. Want eerlijk gezegd is het
optreden van schuttersgilden vooral ook een schitterend en kleurrijk
schouwspel.
Het
Sint Joris Gilde echter is ongetwijfeld de oudste vereniging binnen de Berlicumse gemeenschap. Het bestaat onafgebroken al sinds
1615, maar kent vermoedelijk een nog
oudere historie. Helaas ging ooit door brand een belangrijk deel van het
archief verloren. Wel zijn vanaf 1792 alle koningen nog met naam in de annalen
van Sint Joris geboekstaafd. Maar in de geschiedschrijving van de stad Oss
duikt het Berlicumse gilde reeds op in 1512 en 1542,
tijdens de verdediging tegen de invallen van Maarten van Rossum.
Het jaar 1615 staat in elk geval vast, zoals blijkt uit de officiële ‘GildeCaert’ in het archief van de Abdij van Berne in Heeswijk-Dinther .
Het
verhaal van de patroonheilige Sint Joris, oftewel Sint Georgius,
die met succes de draak bestreed, is algemeen bekend. Hij staat met zijn paard
en speer symbool voor de bestrijding van het kwaad en dat is precies de reden
waarom nogal wat schuttersgilden naar Sint Joris zijn vernoemd. Het was immers
vroeger ook hun taak het goede te beschermen en het kwaad uit te schakelen.
De
naamdag van Sint Joris is 23 april. Die
wordt dan ook door het gilde feestelijk gevierd. Te beginnen met een kleur- en
klankrijke Gildemis. Nieuwe gildebroeders worden op die dag ingevendeld
en er zijn schietwedstrijden.
Wat
doen ze daar allemaal?
Zoals
al genoemd bestaan de activiteiten bij de gilden en dus ook bij het Sint Jorisgilde vandaag zowel uit sportieve competities. Als ook
de instandhouding van het cultureel erfgoed en representatieve optredens.
Even
vlug samengevat:
·
Schietwedstrijden met geweer en kruisboog
·
Vendelen – ook in wedstrijdverband
·
Trommen – eveneens in wedstrijdverband
·
Klaroenblazen
· Jeu
de boules – bij het gilde zelf en in
wedstrijdverband
·
Darten
·
Sjoelen
·
Gildekoor – ter gelegenheid van optredens
·
Deelname aan gildenfeesten, opluistering van
publieke en kerkelijke gelegenheden
herdenkingen e.d.
·
Archiveren van historische gegevens
·
Onderhoud van waardevolle oude
gildenattributen
zoals
konings- en gildezilver, unieke
vaandels en trommen
Rangen, standen, titels ...
Standsverschillen kent het gilde niet.
Het trefwoord luidt immers: broederschap. Toch zijn er rangen en standen, maar
dat heeft meer te maken uitgeoefende functies.
Natuurlijk heeft een gilde wel een
bestuur, net zoals bij elke andere vereniging of organisatie. Maar de titels klinken
anders, want ze zijn wederom gebaseerd op – deels militaire – tradities.
Overheid
Het dagelijks bestuur wordt Overheid
genoemd. Die bestaat bij Sint Joris uit 5 gildebroeders, gekozen vanuit de
eigen gelederen. Enkele dragen de titel ‘deken’, dat uit het latijn is afgeleid van decanus,
ofwel leidinggevende.
Hoofdman =
voorzitter
Oud-Deken = vice
voorzitter
Deken-Schrijver = secretaris
Deken
Rentmeester = penningmeester
Jong
Deken = belast met deeltaken
Rangen en functies
Gildeheer
vertegenwoordiger namens het kerkelijk gezag.
Koning
hoogste ceremoniële positie in het gilde, telkens
voor een periode van 3 jaar.
Keizer
gildebroeder
die ooit 3 x ‘koning’ schoot.
Vaandrig/vaandeldrager
drager
van het gildevaandel bij openbaar optreden. Het vaandel is het hoogste
attribuut,
de legitimatie van het gilde.
Standaardruiter/drager
draagt
de standaardvlag, het symbool van het
gilde,
altijd vóórop te paard of te voet.
Commandant
bevelvoerende
gildebroeder. Leidt b.v. het brengen van gildegroet en vendelhulde.
Hoofdtamboer
trommelt
uiteraard zelf, heeft de leiding over de tamboers en het materiaal.
Tamboer
roert
de trom als het gilde uitrukt. Logisch toch?
Volgens
bepaalde rituelen, maar ook in wedstrijden.
Klaroenblazers
sinds
2002 beschikt Sint Joris over bazuinen met embleemvaantjes en dus ook over
blazers.
Hoofdvendelier
vendelt,
heeft de leiding over de vendeliers en de zorg voor
het materiaal.
Vendelier
gildebroeder
die het vendel draagt en vendelt,
bij vendelgroet en -huldes
en in wedstrijden.
Schutter
schiet
in onderlinge en gildenwedstrijden met
geweer
of kruisboog.
Gildeknaap
jonge
leden tot 18 jaar.
Hellebaardier
drager van de hellebaard, een middeleeuws wapen.
St.
Joris heeft wel hellebaarden, maar geen officiële hellebaardiers.
Ere-titels
Ere-Deken
titel toegekend voor buitengewone verdiensten.
Ere-Gildeheer
voormalige
gildeheer, nog bij het gilde betrokken.
Ere-gildebroeder
onderscheiding
wegens bijzondere verdiensten.
Wijze
Raet
Oud-koningen die de Overheid
adviseren.
Ondersteuning
Naast de geweldige steun van de vele
donateurs, die wezenlijk bijdragen tot instandhouding van het gilde, kent Sint
Joris nog andere steunpilaren.
Donateurs
De ‘trouwe kern’ welke benaderd wordt
in de jaarlijkse donateursactie. Het Sint Joris Gilde
is dankbaar op zoveel sympathie te mogen rekenen.
Donateurs hebben het recht om zonder
verdere uitnodiging op kermismaandag vanaf 10.00 uur deel te nemen aan het kermis-vogelschieten. Met de kans ook kermis-koning
te worden. En ze zijn altijd welkom op de St. Jorishof.
Sappeurs
Een titel voor wie zich met een hogere
ondersteuning eerder ‘vriend’ van het gilde noemde. Mogen aan alle activiteiten
van het gilde deelnemen, m.u.v. officiële gilden-competities.
Ze zijn geen ingevendeld lid, hebben daarom ook geen
stemrecht.
Het oud-nederlandse
woord sappeur staat voor degene die de manschappen met hulp ondersteunt.
Consulaire Kloveniers
Sponsors met substantiële bijdrage die
in ruil daarvoor - in overleg – bepaalde
faciliteiten en emolumenten geboden worden. Zij hebben eigenlijk de status van
consul van het Sint Joris Gilde.
Het oud-nederlandse
woord voor schutter is klovenier.
Secretariaat:
Deken-schrijver
Ad van Lith
Neptunesstraat
8 - 5258 AP Berlicum
Tel.
073.503.38.45 Bank: Rabobank 10 69
09 908
De mores
Het spreekwoord ‘O tempora, o mores’
ofwel
zo de tijden, zo de zeden, past precies bij de gebruiken en regels van het gildewezen. Het zijn er nogal wat.
Oeroude rituelen waarvan menigeen in
deze 21ste eeuw de symbolische betekenis ontgaat. Maar achter elk
onderdeel van het gilde-spel schuilt een heel
verhaal. Een paar voorbeelden.
Het vrijen van de schutsboom
heeft niets met een buitensporige liefde te maken, maar betekent het verdrijven
van boze geesten op het schietterrein. Een deputatie van de wereldlijke
overheid, gildeheer, leden van de Overheid, vaandrig en hoofdtamboer trekken
daartoe 3 x rond de schutsboom en lossen het eerste schot.
Tromgeroffel, klaroengeschal, kleurige
vaandels … “Kijk, daar gáát het gilde”,
roept een toeschouwer. Dat is, hoewel onbewust, volkomen correct opgemerkt.
Want een gilde marcheert niet, loopt of schrijdt niet en rukt niet uit, maar ‘gaat’.
Zo luidt de officiële term als de gildebroeders op pad zijn, kortom publiekelijk
optreden. Zogezegd met vliegend vaandel en slaande trom. Het ‘gaan’ is ook langzamer dan marcheren, het is wat deftiger.
Vaandels, vendels, vlaggen, hoe je het
ook noemt, ze mogen de grond niet raken. Vendeliers
zijn daar bij hun oefeningen heel behendig in. De achtergrond hiervan is dat
het vaandel als het symbool van reinheid gezien wordt. De énigen die bij hoge
uitzondering over uitgespreide vaandels en het gildevaandel mogen lópen,
zijn het staatshoofd, de Koning(in) dus, de paus en de bisschop. Mogelijk ook
plaatsvervangers daarvan. En dat gebeurt daarom zelden, alleen bij heel
bijzondere gelegenheden. Ook een nieuwe Gildekoning schrijdt over het vaandel
als bevestiging dat hij de gilde-eer aanvaardt.
Een Gildegroet, het hoogste
eerbewijs van een gilde en door de vaandrig uitgevoerd met het neigende
Gildevaandel waarop Sint Joris met de draak staat afgebeeld, dient altijd met
een lichte buiging beantwoord te worden.
Waarom rijdt de standaardruiter
– die de standaardvlag draagt – met zijn
paard altijd zigzaggend voor het gilde uit? Gewoon om de weg voor de
‘troep’ vrij te maken. Ook weer typisch volgens de mores van het gilde.
Soms gaat het er bourgondisch
aan toe wanneer de Erewijn wordt geschonken. Een gebaar dat een
welkomstgroet van het wereldlijk gezag inhoudt en teruggaat tot de Ridders van het
Gulden Vlies. Deze speciale uiting van dank geldt dan de bijdrage die het gilde
geleverd heeft bij het opluisteren van speciale plaatselijke gebeurtenissen.
De opsomming van oude gebruiken en
gewoonten kan zo nog pagina’s doorgaan, maar het ging immers alleen om een
korte indruk.
Uniek wapperend
vlagvertoon
Vendeliers zwaaien en draaien
kunstig hun vendels. ’t Lijkt op het eerste gezicht alleen oogstrelend en
kleurig vlagvertoon. Maar die bewegingen en ‘slagen’ hebben wel degelijk een diepere
betekenis.
Eigenlijk
was eertijds het vendel vergelijkbaar met het mobieltje van vandaag. Een gekke
vergelijking? Welnee, want de vendelier gaf door
specifieke bewegingen met zijn vendel tekens aan de strijdende manschappen.
Communicatie
op afstand dus.
Het
vendel is een vierkant doek van ca.
Vendeliers draaien een aantal
vaste, bepaald niet makkelijke figuren. Boven het hoofd, in de nek, rond het
middel, overspringend onder de benen door, op de knieën en scherend boven de
grond. Aan het einde wordt het vendel al zwaaiend opgerold. Sommige virtuozen
hebben aan het klassiek vendelen niet genoeg en brengen het tot acrobatische
acts zonder weerga.
Alles
volgens een vastgelegd vendelreglement met
allerlei voorschriften wanneer en hoe en bij welke gelegenheid gevendeld
moet worden. Dat laten we maar even rusten.
Vendelgebed
De
oorsprong van het bij alle Brabantse gilden bekende vendelgebed is geënt op de
legende van de ridderSint Joris. (marteldood in 304
na Chr.). Hierbij maakt de vendelier als vendelhulde
een compositie van slagen om symbolisch het gevecht uit te beelden tussen God
en de duivel, tussen St. Joris en de draak ofwel tussen goed en kwaad. Gaat het
vendel hoog, dan is hij aan de winnende hand, komt het lager dan is de strijd
zwaar. Zijn forse zwaai aan het einde van dit ritueel geeft aan dat hij de slag
gewonnen heeft.
Vendelgroet
Het
brengen van de gilde-eer aan personen die dat
verdiend hebben. Dat is uiteraard nogal een ruim begrip, een goed verstaander
heeft maar een half woord nodig. Kortom, er wordt uit eerbetoon gevendeld,
waarbij de tamboers zich niet onbetuigd laten. Een vendelgroet gebeurt bijna
altijd samen met een Gildegroet.
Het Gildevaan(del)
Is
het hoogst gewaardeerde attribuut. Want het verbeeldt de identiteit van het
gilde, namelijk Sint Joris met de draak. In de hedendaagse zakenwereld zouden
ze dat heel banaal het logo en het corporate
image noemen.
Treedt
het gilde op, dan gaat dat niet zonder Gildevaan. De zware bol – een verwijzing
naar de aarde - onderaan de stok duidt erop dat er bij plechtige gebeurtenissen
ook mee gevendeld kan worden. De punt
verwijst naar de hemel.
De
standaardvlag
Die
is niet om te vendelen, want hij wordt aan de bovenzijde horizontaal gehouden
door een vaste stok. Het attribuut zien we ook wel bij militaire regimenten en
daarom brengt de standaardvlag doorgaans heraldische figuren en schutspatronen
in beeld. Dus bij ons gilde de afbeelding van Sint Joris en hieraldische
elementen van de Heerlijkheid.
Invendelen
De
installatie van een nieuwe gildebroeder gaat gepaard met het afleggen van de
gelofte van trouw, terwijl hij met de rechtse hand de tip van de Gildevaandel
vasthoudt.
Uitvendelen
Overleden
gildebroeders krijgen als regel een uitvaart met gilde-eer.
Omdat ze bij hun installatie zijn ingevendeld, worden
ze derhalve ook uitgevendeld. Begeleid door tamboers die de omfloerste trom
roeren, daalt na de vendelgroet de top van het Gildevaandel op het hoofdeinde
van de kist en rust daar even op.
Als
laatste groet.
Lijfspreuk
De
lijfspreuk van het Nederlandse
koningshuis
luidt:
‘Je maintiendrai’, ofwel ik zal handhaven.
Het
Sint Joris Gilde heeft er ook een, namelijk
de latijnse spreuk ‘Nec aspera terrent’.
In
goed Nederlands: Wij vrezen geen gevaar.
Waar
berust dat op ?
Die
tekst is ontleend aan de oude, in Berlicum
achtergelaten regimentstrom van het leger van veldmaarschalk Blücher, toen dat naar Waterloo
trok
om Napoleon te verslaan.
‘Nec aspera terrent’
past wonderwel bij onze
schutspatroon
Sint Joris, die immers zonder vrees het kwade bestreedt.
Romperdepom-pom-pom
Merkwaardig
misschien, maar er sneuvelden vroeger zelden tamboers. Terwijl ze toch met
slaande trom vóórop liepen om de vijand te imponeren en de eigen manschappen te
motiveren. Opzij, opzij, hier komen wij! Tromgeroffel is nu al zeker niet meer
levensbedreigend, maar nog steeds lopen de tamboers vooraan als het gilde op
pad gaat.
Bij
Sint Joris zelfs met een 18e eeuwse gildetrom, ooit
in Berlicum
achtergelaten tijdens de doortocht van een Hannoveraans-Engels
regiment, op weg naar Waterloo om
Napoleon
te verslaan. Zoals al elders genoemd
bij
het onderwerp lijfspreuk.
En
de tamboers slaan ook niet zomaar bij elke gelegenheid wat van romperdepom-pom-pom.
Zij
geven bij het optrekken onder andere het tempo aan, zodat het gilde ongeveer 90
passen per minuut kan ‘gaan’. Tijdens de laatste gang van een overleden
gildebroeder roeren ze hun zwart omfloerste trommen met langzame slag en bij
huldigingen en bijzondere gelegenheden wordt de zogeheten ‘pannekoek’
geslagen. Een langzaam aanzwellende en weer wegstervende roffel. Tamboers begeleiden
meestal ook hun vendeliers wanneer die hun ‘kür’
draaien.
Op
gildenwedstrijden echter zal de tamboer in z’n eentje zijn slag moeten slaan om
in de prijzen te vallen.
... en ze schieten
altijd raak!
Schieten
is van oudsher één van de ‘kern’disciplines binnen
het gilde. Logisch, want historisch gezien stoelt de taak van de gilden op de
plaatselijk verdediging en bescherming van de burgers en hun have en goed. Als
wapentuig kennen we traditioneel het geweer en de hand- of kruisboog.
Het verdedigen
tegen de vijand heeft vandaag plaats gemaakt voor het verdedigen van de gilde-eer. In onderlinge wedstrijden binnen het eigen gilde
alsook tussen de verschillende gilden.
De
gildebroeders schieten dan ‘op de wip’, wat zoveel betekent als het eraf
schieten van een klein schijfje van
Vogelschieten
Niet
alleen een zeer oud gebruik met diepgaande betekenis, maar ook een ludieke
gebeurtenis. Heel vroeger sprak men niet
van de vogel maar van de ‘papegaey’.
In
dit geval is niet de wip maar een houten vogel bovenop de schutsboom het doel
waarop gericht wordt. Hij zal moeten sneuvelen en wie dat met een laatste schot
lukt, is voor de komende drie jaar de koning.
Althans
volgens de mores van het gilde, maar vogelschieten vindt als wedstrijdelement
ook in een wat minder officiële vorm plaats. Zo organiseert het Sint Joris
Gilde elk jaar in september het ‘kermisschieten’ voor
donateurs en genodigden. De winnaar mag zich één dag kermiskoning voelen.
Koningsschieten
Dit
belangrijke evenement vindt dus éénmaal in de drie jaren plaats rond het
patroonsfeest van Sint Joris (23 april). Belangrijk, omdat de gildebroeder die
dan de koningsvogel eraf schiet daarmee voor de komende periode 3 jaar de
koning van het gilde is.
Een
hoogtepunt, want het koningschap staat normaliter in een gilde hiërarchisch
bovenaan.
Het
keizerschap is (3 x koning) wordt immers zelden verworven. Sint Joris heeft sinds 2005 een keizer! Het koning zijn
houdt vooral een representatieve functie in.
Personeelsschieten
Individueel schieten tijdens
gildenwedstrijden.
Korpsschieten
Een
vorm van wedstrijdschieten waarbij namens het gilde
de strijd aangebonden wordt door een groep van vier schutters in competitie met
andere gilden.
Viertal-schieten
Schieten
door meerdere verschillende groepen viertallen.
Kampioenschieten
Bij
gildenwedstrijden wordt degene kampioen die zonder proefschot raak schiet en na
afkampen per schot, om en om, eerste wordt.
Kruisboogschieten
Echt
een historische vorm van schieten die o.a. nog steeds beoefend wordt door de
langlaufers in de biathlon. De kruisboog is
ongetwijfeld naast de handboog het oudste schietende wapentuig van de gilden. Net
als bij geweer-schieten is het de kunst om een
minuscuul doel – de job of wip – bovenop de schutsboom te raken. Dat gebeurt
met een houten pijl.
Europees Koningschieten
Schuttersgilden
zijn in het licht van de historie natuurlijk geen typisch Nederlandse folklore.
Het gildenwezen reikt van Zweden tot Polen, van Engeland tot Italië. Meestal
vindt eens in de twee jaar een groots internationaal treffen plaats met het
Europees Koningschieten als hoogtepunt. Dat levert
dus een Europese Koning op.
Zingen is puur plezier
Sinds
2002 heeft Sint Joris een eigen gildekoor. Vrij uitzonderlijk, want er zijn
maar heel weinig gilden met ‘zingende broeders’. Sint Joris wil zich namelijk in de
dorpsgemeenschap, bij gildendagen, parades, landjuwelen en kerkdiensten ook
eens van een andere, ludieke kant laten zien, pardon hóren.
Op
het programma staan natuurlijk het authentieke Brabant Wére
Di, Hertog Jan van Brabant en het aloude St. Joris-lied,
naast andere gezangen die goed bij het
karakter van het gilde passen.
Kringdagen en landjuwelen
Broederschap
is en blijft het sleutelwoord in het gildenwezen. Logisch dus dat de
vriendschap verder reikt dan de eigen gelederen. Zo is het Sint Joris Gilde
aangesloten bij de ‘Hoge Schuts’, een kleine kring van 12 gilden, die weer
onderdeel is van de Kring Maasland. In totaal telt Brabant zes van zulke
kringen. Samen vormen ze met hun ca. 180 gilden de Noord-Brabantse Federatie
van Schuttersgilden.
Natuurlijk
gaat ‘inter-gildelijk’ treffen altijd gepaard met
onderlinge wedstrijden. In schieten, vendelen, trommen, jeu de boules.
Maar
ook wordt kritisch gekeken wie de mooist onderhouden attributen heeft, of b.v. wie
zich als gilde in zijn geheel het beste presenteert.
Allemaal
goed voor zilver.
Zo
schoot een koning van ons Sint Joris Gilde zich op het Landjuweel van 2001 te
Helmond tot Federatiekoning van de Brabantse Gilden.
Het
gilde gaat voor zilver
Sporters
gaan voor goud, maar gildebroeders gaan voor zilver. En meer dan dat, want ook
eretekens en onderscheidingen zijn traditioneel altijd van zilver. Het Sint
Joris Gilde heeft een rijke, eeuwoude collectie in haar speciale zilverkasten.
Gewonnen prijzen zogezegd van kringdagen, landjuwelen en andere gelegenheden.
Echt het bezichtigen waard, hoewel een deel in 1955 door brand teloor ging.
Het
meest trotse bezit zijn de veilig bewaarde oude koningsschilden, waarvan toch
een deel steeds zichtbaar is op de zilvervesten. Omdat de koning immers niet al
dat koningszilver kan torsen, wordt hij begeleid door meerdere met schilden
behangen zilverdragers.
Het
koningszilver documenteert eigenlijk ook de geschiedenis van het een gilde.
Volgens de traditie namelijk schenkt een aftredende koning een persoonlijk
getint koningsschild. Zo kun je meestal aan de voorstelling op het schild
aflezen wat het beroep van de oud-koning was.
Met verhitte smoelen boulen
Een
jongere ‘tak van sport’ bij veel gilden is het Franse balspel Jeu de boules,
ook wel
pétanque genoemd.
Het
Sint Joris heeft drie eigen jeu-de-boules banen, die
steeds druk in gebruik zijn. Het is een gezelschapspel dat ook in
wedstrijdverband gespeeld wordt. Altijd
met twee teams. Ze bestaan uit 3 tegen 3 (triple) of 2 tegen 2 (doublet) of één
tegen één (tête à tête).
Wie van de twee partijen de tos wint, gooit tussen 6 en
En vervolgens ook als eerste de zwaardere metalen bal (boule).
De uitdaging voor iedereen is zijn boules zo dicht mogelijk bij de but te gooien. De puntentelling voor deze behendigheid
loopt van 1 tot 6 per spel, met een totaal van 13 punten.
Interessant
toch ?
Want
veelzijdig, sportief, cultureel en gezellig …
Het
St. Jorisgilde heeft altijd de deur open staan
voor
aspirant-leden.
Vooral
ook jongeren die best wel ‘ns zouden willen
trommelen,
vendelen en klaroenblazen of schieten.
Echt
leuk, kom het maar ‘ns vrijblijvend proberen.
(De
opleiding kost niets.)
Nieuwsgierigen kunnen altijd
‘s woensdagsavonds terecht op
de St. Jorishof,
Sportpark De Brand